Zit Mark Rutte politiek in het verkeerde lichaam?

03-07-2015 15:21

VVD-Kamerleden zeggen mij wel eens dat ze ‘tegen’ ideologie zijn. Maar dat is net zoiets als tegen het weer zijn. Iedereen heeft immers een ‘ideologie’, de manier waarop je kijkt naar de mens en de wereld. En naar de politiek. Een politicus die weigert na te denken over zijn ideologie, is als een weerman die weigert na te denken over het weer. Mark Rutte kreeg veel kritiek toen hij vorige maand een toespraak hield over de ‘Dikke Ik’. En terecht, want de mentaliteit waar de premier zich zo aan ergert, is bij uitstek een VVD-mentaliteit. De uitspraken van de premier over mensen met een uitkering bevestigen dat. Toch denk ik dat Mark Rutte meer is dan een neoliberale patser, diep in zijn hart is hij een klassieke liberaal. Misschien zit de premier politiek in het verkeerde lichaam. Wellicht zou hij in het reces eens wat verder in de ideologische spiegel kunnen kijken. Ik raad Mark Rutte aan om Democratie in de branding (1938) in zijn koffer te stoppen, van de sociaal liberaal Philipp Kohnstamm.

De VVD in therapie

Ideologische discussies ontstaan op een moment dat in een politieke partij twijfel ontstaat over de eigen beginselen. Die twijfel was bij de VVD lange tijd afwezig. Toen CDA-premier Balkenende in 2002 een discussie startte over normen en waarden, deed toenmalig VVD-leider Gerrit Zalm dat af als ‘tegeltjeswijsheid’. Tijdens de Algemene Beschouwingen van 2012 vroeg Emile Roemer premier Rutte naar zijn opvattingen van de samenleving. De leider van de VVD kwam toen niet verder dan enkele beschamende opmerkingen over handel drijven en geld verdienen. Ook tijdens zijn toespraak vorige maand kwam de premier niet echt voorbij de tegeltjeswijsheid. Over de eerste tekenen van twijfel in de VVD schreef ik vorig jaar al eens, naar aanleiding van het boek Neoliberalisme. Een politieke fictie, waarin de VVD het bestaan van het neoliberalisme ontkende. Na deze fase van ontkenning komt nu de fase van erkenning: de toespraak van premier Rutte lijkt een nieuwe stap in een ideologische therapie.

Voorwaarden voor democratie

Philipp Kohnstamm was filosoof en hoogleraar in de natuurkunde en in de pedagogiek. In Democratie in de branding probeert hij een antwoord te vinden op een vraag die ook Mark Rutte in zijn toespraak over de ‘Dikke Ik’ stelt: hoe kunnen we vrije individuen aanzetten tot sociaal gedrag? De vraag hoe de politiek een brug kan slaan tussen het liberale beroep op individuele vrijheid en de noodzaak tot sociale plichten. Kohnstamm zocht naar de voorwaarden voor het functioneren van de democratie. Die kwam in de jaren dertig, door de opkomst van het fascisme, zwaar onder vuur te liggen. In een democratie gaat het volgens deze liberaal niet alleen om de vraag wie zeggenschap heeft over de overheid, maar vooral welke verantwoordelijkheid de overheid heeft voor de gemeenschap. Een democratie kan volgens hem alleen functioneren als mensen zichzelf kunnen ontwikkelen tot sociale ‘personen’. Dat zijn mensen die niet alleen denken aan hun eigenbelang, maar vooral aan het algemeen belang:

 

“Wij achten inderdaad de organisatie van onze hedendaagse maatschappij op vele punten in strijd met den eerbied voor de menselijke persoonlijkheid, wij menen dat er door die organisatie op velerlei gebied onrecht geschiedt, en wij achten het bestaan van armoede, in den genoemden zin, niet een van haar geringste euvelen. En hoeveel bezwaar wij ook hebben tegen de vormen, waarin de strijd zich beweegt, hoeveel betreurenswaardigs wij vinden in veel dat er mede gepaard gaat, dat in onzen tijd een zo groot deel van ons volk zich bewust geworden is van deze gebreken onzer maatschappelijke organisatie, dat het inzicht zich baan breekt in het onnodige, ja ongeoorloofde van berusting, dat achten wij een reden tot verblijding.”

 

Vrijheid is geen vrijblijvendheid

Of we nu VVD’er zijn of SP’er, we zijn allemaal voor vrijheid. Neoliberalen geloven dat die vrijheid kan worden vergroot door de markt. De verschillen tussen mensen die daarbij ontstaan zouden goed zijn, omdat uiteindelijk ook mensen aan de onderkant van de samenleving daarvan zouden profiteren. Dat geloof heeft de laatste jaren een flinke knauw gekregen, ook onder de allerrijksten. Dat is waarschijnlijk ook de reden voor de ideologische twijfel in de VVD. Vrijheid is geen vrijblijvendheid. Politiek gaat over de vraag hoe we de samenleving zo kunnen inrichten, dat mensen zoveel mogelijk hun leven in eigen hand kunnen nemen en ook verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de samenleving. De chique hoogleraar Kohnstamm zag niet altijd heil in de sociale strijd van de socialisten. Maar hij juichte het wel toe dat mensen zich bewust werden van het sociale onrecht en de maatschappelijke gebreken, die ook naar zijn opvatting in strijd waren met de ‘eerbied voor de menselijke persoonlijkheid’.

Les in sociaal-liberalisme

‘Ik erger me kapot aan bankiers die zeggen dat ze in het buitenland zoveel geld kunnen verdienen. Dan denk ik: ga dan naar Londen, toedeledokie!’ Aldus Mark Rutte in zijn toespraak. Dat is een ander geluid dan tot nu toe gebruikelijk in de VVD – heel anders bijvoorbeeld dan onder Gerrit Zalm. De afstand die de leider van de VVD nu neemt van de ‘Dikke Ik’, is ook een kritiek op het neoliberale beleid dat zijn partij de afgelopen decennia heeft gevoerd. De dikke bankiers die de VVD-leider nu bekritiseert, konden juist dankzij dat neoliberale beleid hun goddeloze gang gaan. Toch vind ik Rutte geen typische neoliberaal, veel meer een klassieke liberaal. Iemand die weliswaar vindt dat grotere verschillen goed zijn, maar ook dat mensen op hogere posities meer verantwoordelijkheid dragen voor de samenleving. Ik juich het toe dat Mark Rutte op zoek is naar een ideologie die hem beter past. Democratie in de branding kan voor deze premier nog steeds een mooie les zijn in een sociaal liberalisme.