Laat fundamentele topwetenschap meer en vaker spelen

16-10-2017 14:56

Met meer speelruimte voor veelbelovende onderzoekers stevenen we af op Nobelprijzen, stelt Mignon Wuestman. Zo kunnen we onze wetenschappelijke toppositie behouden.

 

Het winnen van Nobelprijzen zegt uiteraard niet alles over de staat van de nationale wetenschap. Wereldwijde erkenning, zoals door het winnen van zo’n prijs, zorgt echter wel voor prestige voor universiteiten en onderzoeksgroepen, die daarmee kunnen rekenen op een toename in internationale aandacht en onderzoeksbudget. Zoiets versterkt de positie van Nederland als kenniseconomie en geeft wetenschappelijk onderzoek een boost.

Liefde voor het vak

Bengt Norden, die jarenlang potentiele Nobelprijswinnaars onderzocht, verklaart dat nobelprijzen horen te gaan naar mensen die met hun werk ‘deuren of ogen weten te openen’. Als je recente Nobelprijswinnaars vraagt hoe zij zo’n uitzonderlijke prestatie hebben kunnen leveren, dan wijzen ze op drie dingen: geluk, levenslange liefde voor hun vak, en een omgeving die nieuwsgierigheid, creativiteit en verkenning stimuleert, ook als het doel onduidelijk is. Kortom: ze mochten spelen.

Uit recent onderzoek van de KNAW blijkt dat op dat laatste punt voor de Nederlandse wetenschap veel te winnen valt. Investeringen in onderzoek stagneren, en het aantal studenten groeit zo snel dat het voor wetenschappelijk personeel lastiger wordt om onderzoeks- en onderwijstaken te balanceren. Deze trends leiden ertoe dat de druk en competitie bij onderzoekers toeneemt.

 

“De keerzijde is dat we nergens in uitblinken.”

 

Dit valt niet te rijmen met de woorden van de Nobelprijswinnaars, die juist het belang van langetermijnvisie, stabiliteit en samenwerking onderstrepen. De NWO stelde vorige week maatregelen voor om de kans op subsidie voor onderzoek te vergroten, maar doet dit onder de voorwaarde dat onderzoekers selectiever gaan aanvragen en duidelijk zijn in wat ze met hun onderzoek willen bereiken. Of dit de druk op topwetenschappers verlaagd en voorkomt dat Nederlands toptalent naar het buitenland vertrekt is dus de vraag. Subsidies die erkennen dat wetenschap werkt volgens voortschrijdend inzicht, waardoor voorgenomen plannen vaak niet reëel blijken, passen beter bij de creatieve omgeving waarin excellente wetenschappers graag werken.

Maaiveld

Uit onderzoek van de KNAW blijkt Nederlandse wetenschap sterk over de hele linie. Alle vakgebieden doen het beter dan het wereldwijd gemiddelde. Mooi nieuws, maar de keerzijde is dat we nergens in uitblinken. In sociale, culturele, maar ook technische wetenschappen staan we wereldwijd sterk en dat is fantastisch, maar juist in de fundamentele wetenschappen – die aan de basis liggen van alle andere wetenschappen en nog altijd veel internationale aandacht krijgen, scoren we slechts een ruime voldoende. Daar komt bij dat budget voor dit soort onderzoek slinkt, ver onder de Europese afspraken ligt, en dit volgens het nieuwe regeerakkoord niet gaat veranderen.

Onder meer topwetenschapper Robbert Dijkgraaf en winnaar van de Nobelprijs voor de Chemie 2016 Ben Feringa pleiten daarom voor een sterkere stimulans voor fundamenteel onderzoek. Ook onze universiteiten en kennisinstellingen zijn allemaal ongeveer even goed, en weten elkaar te versterken. Een consequentie is dat wij niet, zoals bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, enkele uitblinkers hebben die als visitekaartje functioneren en zo internationaal toptalent aantrekken. Niks mis mee en hartstikke Hollands, maar voor het behouden van een wereldwijde reputatie en alle voordelen van dien, is zo’n maaiveld een hindernis.

Nederlands wetenschappelijk onderzoek zou internationaal sterker staan met meer speelruimte voor veelbelovende fundamentele onderzoekers en onderzoeksgroepen. Wellicht kunnen we dan belletjes van de Nobelprijscommissie verwachten in toekomstige oktobermaanden.