Interview

Capitulatie Japan herdenken met KNIL-oudstrijder Piet de Kock (99)

15-08-2017 15:10

Vandaag wordt de Japanse capitulatie herdacht. Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over aan de geallieerden. Piet de Kock uit Leidschendam maakte deze dag heel bewust mee. Op die dag kwam voor hem een einde aan een slepende guerrillastrijd tegen de Japanse bezetter in Nieuw-Guinea.

Het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) heeft zich al op 9 maart 1942 overgegeven als de strijd om Nieuw Guinea nog moet beginnen. De Nederlandse overheid is op geen enkele manier voorbereid op de aanval. Ongeveer 120 manschappen zijn er gelegerd. Zij moeten toezien hoe de Japanners op 12 april Manokwari innemen en op 20 april Hollandia. Nieuw-Guinea was voor Japan belangrijk als springplank naar Australië. Het grootste deel van Nederlands Nieuw-Guinea wordt bezet. Alleen de regio Merauke, in het Zuid-Oosten, blijft gedurende de hele oorlog vrij Nederlands gebied.

Twee gevechten

Vanuit zijn appartement in Leidschendam kijkt de nu 99-jarige De Kock terug. Zijn leven valt uiteen in twee gevechten: “De eerste vijand was de Jap en de tweede vijand de Nederlandse regering.”
De Kock was gelegerd in Manokwari. Samen met 65 militairen besluit hij zich niet over te geven, maar de strijd vanuit de jungle voort te zetten. Als guerillastrijders slagen zij erin tot aan de bevrijding uit handen van de Japanse bezetters te blijven en zelfs enkele tegenacties uit te voeren. Wanneer commandant Geeroms in handen van de Japanners valt schrijft deze onder druk van marteling een brief om de andere soldaten tot overgave te bewegen. Opnieuw weigeren zij de wapens neer te leggen, ook wanneer steeds meer strijders sneuvelen en omkomen door uitputting. Uiteindelijk zullen slechts veertien van hen de bevrijding meemaken.

 

11 van de strijders. De Kock is zesde van links.

 

De Kock en zijn medestrijders kunnen zich in 1944 aansluiten bij de oprukkende geallieerden. Ook voor de geallieerden is Nieuw-Guinea van groot belang. De Amerikaanse generaal MacArthur heeft zijn hoofdkwartier voor de oorlogsvoering in de Pacific in Hollandia gevestigd. De Kocks kennis van de regio en de Japanse aanwezigheid daar is van groot belang voor de Amerikanen. Nog eenmaal trekt hij het oerwoud in. In dienst van de geallieerde inlichtingendienst onderneemt hij een verkenningsmissie die moet leiden tot de bevrijding van een interneringskamp.

Ongelijke strijd

In zijn memoires aan deze periode beschrijft De Kock zijn missie als een ‘ongelijke strijd’. Die ongelijkheid wordt zichtbaar bij de Japanse overgave. De Kock is verantwoordelijk voor de formele machtsoverdracht in Takar. Met slechts 150 soldaten tot zijn beschikking moet hij de overgave van 12.000 Japanse troepen coördineren.

Na de oorlog hervat De Kock zijn werkzaamheden als bestuursambtenaar in Nieuw-Guinea. Wanneer Nederlands Nieuw-Guinea in 1962 wordt overgedragen aan Indonesië, gaat De Kock naar Nederland. Daar begint zijn tweede strijd; die tegen de Nederlandse regering. “Toen wij in Nederland kwamen begrepen wij dat Nederlandse verzetsstrijders een pensioen kregen. Maar voor ons was er helemaal niets. In Nederlands Indië waren er ook verzetsstrijders. Die kregen niets. Daar heb ik me zo aan geërgerd. Ik heb de Nederlandse regering in 1980 aangeklaagd: Hier zijn wij, de strijders uit Nederlands Indië: de vergeten strijders.”
Pas in 1986 kregen de strijders erkenning in de vorm van het Indisch Verzetspensioen. Zijn bevindingen over deze tweede strijd heeft De Kock beschreven in zijn boek Worstelend om erkenning.

De Kock is de laatst levende van de guerillastrijders. Hij kijkt terug op een lang en strijdbaar leven. Wat overblijft is de dankbaarheid: “Ik heb het overleefd.”

 

Piet de Kock.