Reportage

D66 raadslid Amsterdam: Het is erg als LHBT-vluchtelingen naar de polder moeten

03-08-2016 11:06

“Je mag niet twitteren bij deze bijeenkomst”, meldde de jongen van de Jonge Democraten. De reden: deze avond komen er LHBT-vluchtelingen langs: homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders. Zij gaan persoonlijke verhalen vertellen en zij vinden het niet prettig als hun verhalen allemaal meteen online komen. Het weerhield uw verslaggever er niet van langs te gaan bij deze bijeenkomst van de D66-jongeren in het kader van de Gay Pride: dinsdagavond spraken ze in hun Amsterdamse stamkroeg over de ervaringen van deze groep vluchtelingen. En natuurlijk over het beleid.

Helemaal makkelijk gaat het niet, een gesprek met LHBT-vluchtelingen. Een van de vluchtelingen komt helemaal niet opdagen, een tweede komt veel te laat en een derde wil niets publiekelijk vertellen. Ze wil dat alleen een-op-een doen. Zo begint de avond met een Syrische homo die in Nederland werd opgevangen bij een vrouw thuis na problemen in het asielzoekerscentrum. Hij vertelt dat het niet leuk is om homo te zijn in Syrië, dat homoseksapp Grindr in Syrië gewoon werkt, dat zijn moeder vóór zijn coming-out niet wist wat homo’s waren, dat ze na diezelfde coming-out wilde dat hij naar een psychiater zou gaan en dat zijn vader slecht reageerde.

Neem een homo-vluchteling in huis

In Nederland waren er problemen in het asielzoekerscentrum en die problemen werden erger: hij werd uitgescholden en voelde zich na een tijdje niet meer veilig. Het probleem werd niet serieus genomen. De Nederlandse vrouw had een kamer over en wilde wel iets voor vluchtelingen doen. In een impuls besloot ze de homo in huis te nemen. Er was weinig begrip voor die beslissing. De reactie van velen was dat vluchtelingen in Nederland al veilig zijn. Iemand vroeg wat ze voor Nederlandse daklozen doet. De landelijke JD-voorzitter – die deze avond modereert – trekt een vies gezicht.

De homo nam zijn leven in eigen hand en vertrok tegen de wil van zijn moeder uit Syrië. Contact met zijn ouders heeft hij niet meer. Hij wist destijds al dat homo’s in Amsterdam vrijer waren. De IND stelt hem tijdens de asielprocedure vragen om te onderzoeken of hij echt homo is. Ze vragen bijvoorbeeld of hij seks met mannen heeft. De homo vertelt dat hij het inmiddels gewend is publiekelijk te zeggen dat hij homo is, maar veel anderen durven dat niet zo gemakkelijk toe te geven, denkt hij.

Beleid in de gemeente Amsterdam

Dan komt het roze D66-raadslid Jan-Bert Vroege vertellen over het beleid. Hij vertelt dat de gemeente Amsterdam voor aparte LHBT-opvang zorgde toen er problemen in de asielcentra waren. Hij vergelijkt dit met een auto-ongeluk: je kiest dan eerst voor hulp aan het slachtoffer en pas daarna kijk je naar de dader. Die vergelijking gaat op ontzettend veel vlakken mank, maar niemand heeft er hier kritiek op. Dat is vreemd, want achteraf meldt een lid dat de Jonge Democraten zich landelijk hebben uitgesproken tegen gescheiden opvang. Geen haan die er op deze avond naar kraait.

Jan-Bert vindt het erg dat sommige LHBT-vluchtelingen in Nederland nog steeds in de kast zitten. Echt verwonderlijk is dat echter niet: ze zaten ook in Syrië in de kast. De gemeente Amsterdam – die momenteel niet meer verantwoordelijk is voor opvang – doet er alles aan om dit te veranderen: er zijn vertrouwenspersonen en ook het roze politienetwerk houdt een oogje in het zeil. Er is ook sprake van een app waarmee homo’s die in de kast zitten beter kunnen worden gevonden. Op dit laatste, uiterst verwarrende plan – waarvan niet duidelijk is wiens plan het is – gaat niemand in.

Nog meer problemen

Jan-Bert heeft nog een zorg. Er zijn LHBT-vluchtelingen die naar Amsterdam zijn gekomen en hier aan de vrijheid van de stad hebben geroken. Vervolgens worden ze soms heel ergens anders gehuisvest. Dit is vooral erg als ze naar ‘de polder’ moeten. Jan-Bert zou deze LHBT-vluchtelingen daarom graag terughalen naar Amsterdam om zo ‘de sociale structuur te herstellen’. Het idee dat vluchtelingen veel meer zaken aan hun hoofd hebben dan hun seksualiteit – taal leren, werk vinden, netwerk opbouwen, trauma’s verwerken – wordt niet genoemd.

We moeten het gebrek aan acceptatie van LHBT-vluchtelingen ook weer niet overdrijven, is hier de teneur. Het komt wel goed. Veel LHBT-vluchtelingen hoefden niet apart opgevangen te worden want ze kunnen zich ‘hetero-normatief gedragen’. Soms was het voldoende ze in een andere vleugel van hetzelfde asielzoekerscentrum onder te brengen. Dan vraagt een aanwezige of het niet te veel over mannelijke vluchtelingen gaat. Jan-Bert legt uit dat de meeste vluchtelingen jonge mannen zijn en dus zijn er vooral homo’s. Er wordt een extra zinnetje aan transgenders gewijd.

Wat nu te doen? Een advies

Dan gebeurt er iets geks: beide vluchtelingen vertellen dat ze het niet goed vinden om homo’s apart op te vangen. “Je geeft het op”, zegt de een. De ander noemt dit ‘back to reality‘. Met een Syrische achtergrond is het makkelijker de waarde van Westerse principes te zien dan vanuit een D66-blik. Ook gaat niemand in op de vraag of de vluchtelingen die nu homo’s uitschelden over een paar jaar wél homo-tolerant zullen zijn. Het moet wel gezellig blijven.

Een van de jongeren wil weten of we allemaal een vluchteling moeten gaan helpen. De vrouw die de homo in huis nam zegt dat we niet bang moeten zijn want daar is geen reden voor. We moeten doen wat onze impulsen ons ingeven. Ze kon via haar huisarts makkelijk hulp krijgen voor haar homo-vluchteling. Die uitspraak gaat over gespecialiseerde psychologische hulp. Jan-Bert lijkt er niet gerust op en probeert het enthousiasme wat te temperen: een vluchteling in huis nemen is niet altijd een goed idee, meldt hij, want misbruik ligt op de loer: “Mannen denken weleens: doe mij ook maar zo’n leuke jongen in huis.” Een reëel gevaar is dat iemand in de prostitutie verdwijnt.

Dan kunnen we beter meedoen aan een buddy-project voor LHBT-vluchtelingen, horen we. Wat een buddy met een vluchteling doet is heel divers, maar het blijft in ieder geval sociaal.